Verhalen uit de Oude Doos

Oefeningen Duitsland, bivakken, biggen afknijpen, rijkunsten met kiepauto's, sportevenementen, marsen, gaskamers (traangas), kazernebioscoop, enzovoort, enzovoort...

Heb je een leuk verhaal over je diensttijd, laat het ons weten en wij plaatsen het op de site. Een paar voorwaarden:


Herinneringen van een oude Kieper
Ik ben van de lichting 53-4 en het is dus al enkele jaren geleden van mijn mooie tijd bij de "107 KIP" zoals wij die altijd noemde. Ook ik heb dus gediend onder kapitein Drenth, en de zeer bekende sergeant Ruinaard, een pracht kerel, ik heb inmiddels gelezen dat Leen Gommers deze beide heren ook heeft meegemaakt. Vanuit de Prinses Margriet kazerne heb ik verschillende detachementen meegemaakt o.a detachement Muiderslot waar we samen met de 102 MU oude bunkers hebben gesloopt en het puin afvoerden naar Harderwijk. Enkele weken bivakkeerden we in Weesp. Ook de oefening 'DIEPVRIES " zoals wij de oefening in Lutjegast noemden heb ik meegemaakt. Het vroor toen wel 13 à 14 graden maar wij lagen toch in het tentje. De drankjes maakten we warm aan de uitlaat van onze trouwe G.M.C. Ondanks de hevige kou hebben we veel plezier gehad bij deze oefening. In september 1954 hebben we de oefening Battle-Royal in Duitsland gehad, ook een prachtige tijd. Heel veel kilometers gemaakt met het ophalen van diverse materialen voor het bouwen van bruggen etc. Ook hier onder leiding van sergeant Ruinaard , het was een lust om met hem samen te werken. Onder 'fotoalbums' op deze site tref je een stuk over de oefening aan uit de legerkoerier van september 1954. Op de weekenden als we op de kazerne moesten blijven (we mochten om de veertien dagen met verlof) reden we op de zaterdag voor de Nationale Reserve en hadden daarbij ook veel plezier Wie weet zich dit nog te herinneren? Voor ons afzwaaien hebben we ook met de gehele compagnie onder leiding van kapitein Drent en Reinaard een rondje Nederland gedaan, tot zelfs Zeeuwsvlaanderen toe.

Leo de Bever, 54-3 (!)


"Ome" Bertus Kaandorp
De achternaam van Ome Bertus is Kaandorp. Ome Bertus en ik hebben een tijd samen een kamer gedeeld. Meestal sliep ik al als hij s ’nachts op onze kamer kwam. Hij maakte mij dan altijd wakker met een pilsje. Eerst opdrinken en dan pas mocht ik verder slapen. Een geweldige tijd en een geweldige vent! Zeer mooie herinneringen aan Ome Bertus. De naam van de Bar in de kelder “Mon Désir” was een idee van hem.

Sgt. Nico Oorebeek, 6-66 tot 6-70


Een sportfanaat
Op acht juli 1975, meldde ik me in Wezep bij de 107 Kaucie. Ik was een verslaafde autorijder, maar als er iets in mijn leven was waar ik een hekel aan had, was het sporten. Ze hebben me ook nooit kunnen dwingen om te sporten. Op school waar het verplicht was, kwam ik er altijd onderuit met allerlei kunstjes. Gymschoenen bijvoorbeeld, had ik nog nooit aan gehad. De enigste sporten die ik leuk vond, waren zwemmen, tafelvoetbal en schaken. Met de 107 Kaucie had ik dus een nieuwe uitdaging. De vraag die mij bezig hield was: Hoe kom ik er onder uit met sport? Ik moest gewoon niet denken aan een stormbaantje pakken. De allereerste dag vulde ik een aanvraag formulier in voor geneeskundig onderzoek en bezocht de volgende dag de arts. Ik legde hem uit dat ik de ziekte van 'Scheuerman' (een vergroeide ruggewervel) had en er erg veel last van ondervond. Nou had ik die vergroeing wel, maar last...nee, dat heb ik er nooit van gehad. Al vroeg in mijn leven had ik uitgevonden, dat als je zegt wat je wilt, het niet gebeurt. Daarom draaide ik het om en vertelde Dr.Grootenboer, hoe jammer ik het vond dat ik niet kon sporten. Hij leefde met me mee en vertelde me dat de dienst niet het risico kon lopen dat er wat met me gebeurde. Helaas, geen sport, geen marsen, maar zwemmen mocht ik wel. Diep teleurgesteld verliet ik zijn kantoortje en buiten voor de deur haalde ik diep adem. Pfff...gelukt. Ik kreeg daardoor een verlofpasje om te gaan zwemmen, als de anderen van het peloton aan het sporten waren. Dat was een luxe. Het zwembad was leeg om 8.00 's morgens en ik lag lekker in mijn eentje in het water. Op het terras ging ik dan een pilsje drinken en was terug rond 10.00 uur. Op de plaat verveelde ik me de pokken. Er was weinig rijwerk en die ouwe 314 had ik al twee keer gekwast. Vrij snel kwam er een baantje vrij in de Compagnies bar en dat greep ik met twee handen aan. Dat hield in dat ik zelfs niet op appèl hoefde te komen en geen uniform droeg. Ik kreeg een eigen kamer met parket en telefoon die ik deelde met mijn barmaatje, Klaas Meijelink. Is in dienst zijn afzien? Tja...

Wick E.F.M.Haalmeijer (Stoffel) / Ex barkieper 107 Kaucie, 75-3
E-Mail : veligocmenoglu@gmail.com / Website: http://veligoc.wordpress.com


Sleutel figuur
Het was met de Kerst 1975, dat ik verlof kreeg om naar huis te gaan. Tussen Kerst en Oud en Nieuw moest ik echter weer als barkeeper present zijn, maar voor wie? Iedereen had verlof. Mijn verlof zat er op en mijn vrouw zei: ‘Blijf een dag langer, wat zou het? Het is geen oorlog!’ Ik antwoordde dat het uiteindelijk wel een oorlog kon beinvloeden. Wat is een compagnie zonder barkeeper? Dus ik bleef een extra dag thuis. Eén dag later kwam ik terug en moest me melden bij de CC. Kapitein Barnhoorn. Bij mijn binnenkomst ging hij er eens voor zitten, dacht even na en zei: ‘Je was ongeoorloofd afwezig en ik moet je daar disciplinair voor straffen. Er staat een week arrest voor, maar ik zal je matzen met drie dagen achter de wacht.’ Mij maakte het niet uit en zei beleefd: ‘Dank u Kaptein.’ Ik draaide me om en ging naar de bar om alles klaar te maken, om het drie dagen alleen te laten. Daarna sloot ik af, stopte de sleutel in mijn zak en ging naar de wacht om me te melden. Daar gaven ze me een kamer en of ik nou binnen of buiten was met dat rot weer, voor mij was alles goed. ‘s Avonds kwam de Kapitein naar me toe en vroeg de sleutel. ‘Het spijt me, maar ik ben verantwoordelijk voor de bar en kan die niet geven,’ antwoordde ik. De andere sleutel had mijn barmaatje bij zich. Ik had een machtspositie. Hij was naar huis en ik had arrest en de sleutel. ‘Goed, dan gaan we samen naar de bar,’ zei Kapitein Barnhoorn. ‘Daarna sluit je af en ga je terug naar de wacht.’ Daar had ik geen problemen mee. Het werd een gezellige avond en de daarop volgende avonden ook. Overdag bracht ik de thee en de koffie rond en eigenlijk was alles zoals altijd. Alleen mijn bed stond ergens anders. Ik had een sleutel positie. Hieruit groeide ook een andere gewoonte. Kapitein Barnhoorn begon ‘s morgens rond 9.30 uur naar de bar te komen en dronk dan een koffie met cognac, voordat de manschappen kwamen. De tweede dag boodt hij me er ook één aan, die ik weigerde door te zeggen dat ik in diensttijd niet mocht drinken. ‘Als ik er ben, ben je ervan ontheven,’ was zijn antwoord en dankbaar schonk ik een cognac voor mezelf in. Sinds die tijd dronken we er samen ééntje om 9.30 uur ‘s morgens. Ja, ik heb best leuke herinneringen aan Kapitein Barnhoorn en aan mijn diensttijd in het algemeen.

Wick E.F.M.Haalmeijer (Stoffel) / Ex barkieper 107 Kaucie, 75-3
E-Mail : veligocmenoglu@gmail.com / Website: http://veligoc.wordpress.com


Bij Grolsch Royce op het terras
In 1981 hadden we ook een oefening "Knap-op" in Duitsland. Volgens mij was op de Lüneburger-heide, niet al te ver van Bergen-Belsen, het voormalig concentratiekamp. Ik meen me te herinne-ren dat we op een kazerne daar vlak bij gelegerd waren om overdag zand te rijden om de wegen door het oefenterrein te verbeteren. In ieder geval moesten we eerst op de kazerne in Wezep onze voertuigen goed in orde maken. Samen met onze sergeant Bertus de Roode heb ik de avond voor vertrek nog snel even een naam op 'mijn' kipper (de K13) gezet, nl. "Grolsch Royce". Ook bouwden we een huif van een 3-tonner achter op onze bak, die was een metertje te kort, maar zo hadden we ook een terras. Onze kapitein Gompelmans vond dat de volgende ochtend niet zo'n succes, maar omdat we moesten vertrekken kon het blijven staan.

Berny Woolschot, 1980


De Gebraden Haan
Net als iedere andere chauffeur had ik ook een 'ritselkist' in de truck. Zo'n kist hadden we bij elke oefening bij ons, rijkelijk gevuld met een kooktoestelletje, pannen, koffie, eieren, blikken witte bonen in tomatensaus, ham en weet ik wat al niet meer. Dan kwam je in ieder geval niet te kort. Eigenlijk kwam je dat bij zo'n oefening als 'knap-op' toch al niet, maar het was veel te leuk onder-weg wat te kokkerellen. Op een gegeven moment heb ik tijdens een lange pauze mijn hangslot van de kist gehaald (slot was echt nodig) en een pan water opgezet. Ik zei tegen mijn maten, let straks even op, ik heb iets heel lekkers, jullie mogen gerust blijven kijken, dan nemen jullie dat ook vast een volgend keer mee. Ik had namelijk een gebraden haantje, in luchtdicht plastic, die je alleen maar warm hoefde te maken. Toen na een kwartiertje het water kookte, haalde ik het in flink wat krantenpapier verpakte voorgebraden haantje uit de kist. Langzaam pelde ik het krantenpapier eraf en toen… allemaal botjes. Mijn maatjes hadden kennelijk eerder de kist open geschroefd, het haantje ontdekt en natuurlijk alles afgekloven en de botjes weer keurig verpakt.

Berny Woolschot, 1980


Ja, MAG ik effe een tukkie doen?
Tijdens een oefening in 1981 ergens op de Veluwe lagen we 's nachts in bivak. Ik was de MAG-peuk van het peleton. Zo'n MAG mitrailleur moest 24 uur per dag bemand zijn, samen met je vaste maat (in mijn geval Jan Geerts) moest je daarvoor zorgen. Dat betekent met z'n tweeën in de schuttersput en om beurten slapen. De ander hield dan de wacht. Maar wat was het geval? Maatje Jan Geerts had nog een dag of 2 licht arrest tegoed. Hij was namelijk met zijn zwager (die vracht-wagenchauffeur was) mee geweest, en had vergeten hiervoor toestemming te vragen aan onze kapitein. Tijdens ons bivak kwamen ze Jan halen om zijn arrest uit te zitten. Ik kreeg geen ander maatje voor de MAG, dus ja, de volgende nacht zat ik daar alleen in die schuttersput en viel een keer in slaap. Dat werd ontdekt door het kader en stilletjes namen ze mijn MAG mee. Het was ge-bruikelijk dat ze die dan rechtop in het zand groeven. Dan kon degene die hem miste, daar weer uren op zitten poetsen. Op een gegeven moment werd ik wakker en zag natuurlijk dat de MAG weg was. Ik ging op onderzoek uit en vond dat ze in de kadertent wel erg veel schik hadden. Op een of andere manier kwam ik erachter dat mijn MAG daar aan de zijkant in de tent stond en omdat ze mij ook hadden leren sluipen, kreeg ik het voor elkaar de MAG onder het tentzeil weer terug te stelen. Niemand had het in de gaten, ik heb er ook nooit meer wat over gehoord.

Berny Woolschot, 1980


Kippen laden
Bij de kerncentrale in Dodewaard werden in 1981 demonstraties gehouden tegen kernenergie. Er was door activisten een tentenkamp opgeslagen en er werden met enige regelmaat wat barricades opgeworpen. Naast politie, marechaussee en andere militairen moesten wij daar ook naar toe om barricades weer op te ruimen. We sliepen daar ook in een militair kamp, maar er was eigenlijk voor ons niets te doen. We gingen wat vissen in het water rond de centrale en vingen daar rivierkreeft-jes. Ook gingen we in de buurt wat rond en hoorden dat er bij een kippenbedrijf vlak bij op een avond/nacht kippen zouden worden geladen. Omdat dat wel goed betaalde, dachten Jan Geerts en ik, dat kunnen we wel gaan doen, dan zijn we ook nog nuttig bezig. Zo gezegd, zo gedaan. Een paar maatjes ingelicht over waar we waren, zodat ze ons wisten te vinden voor als er wat was. De hele nacht hard gewerkt, we hadden gewoon onze groene dienstkleding aan, maar toen we 's morgens vroeg terugkwamen in ons kamp waren we helemaal wit van het stof en meel. We konden gelijk op appèl en we vielen wel een beetje op. Er werd echter niets gezegd, wel kregen we te ho-ren dat onze missie er op zat en terug gingen naar de kazerne in Wezep. Een paar weken later kregen we tijdens appèl van kapitein Gompelmans te horen: "Namens de burgemeester van Dode-waard bedank ik jullie allemaal voor jullie inzet tijdens de demonstraties bij de kerncentrale!!….en Geerts en Woolschot nog bedankt namens de boeren voor het helpen kippenladen.

Berny Woolschot, 1980


Biggen afknijpen

Toen ik in juni 1975 bij de Kaucie kwam was biggen afknijpen de nationale sport en dat heb ik geweten ook. We sliepen met z’n achten (als ik het goed herinner) op één kamer op de eerste verdieping. Hans Iserief (penningmeester nu), Hans Verboon, John Eype en Jan Stoopendaal. De rest weet ik niet meer. Op een avond kom ik op de kamer en ze hadden mijn matras naar beneden gegooid. Beneden ons was een vijver en daar (hoe is het mogelijk) was hij ingevallen. Aangezien ik toch ook wil slapen (wat nogal lastig ging met mijn maten, er was altijd wel iets aan de hand) ben ik naar buiten gegaan om mijn matras te redden. Met dat doornatte ding zeulde ik naar boven en wat denk je? Ze hadden de deur op slot gedaan. Die heb ik dus maar even ingetrapt, mijn matras op bed gelegd en gaan slapen. De volgende dag kon ik natuurlijk op rapport komen bij C.C. Barnhoorn en nadat ik uitgelegd had dat de deur per ongeluk dicht gevallen was in het slot, werd ik veroordeeld tot de restauratie kosten van de deur á somma van 80 Gulden. De deur zag er wel een stuk beter uit, daarna. Zo was er ook de chauffeurs ontgroening. Zittend op je PSU kast met je blikjes schoensmeer als pedalen en je pioniersschop als versnelling. Schakelen maar soldaat, de berg op. Ach wat naar nou, het gaat regenen (en ze zetten de brandslang op je) dus je zat met je hand als ruitenwisser. Tot overmaat van ramp ging het sneeuwen (de brandblusser werd er bij gehaald) en maar schakelen en geluid maken als een motor. De rotzooi was gigantisch en dat kon je na afloop zelf opruimen natuurlijk. Na een maand werd ik barkeeper en kreeg een eigen kamer dus was ik gevrijwaard van de ontgroening en heb zeer goed geslapen verder. Ik ben 30 jaar internationaal vrachtwagen chauffeur geweest hierna dus misschien heeft die ontgroening wel geholpen. In ieder geval heb ik hele leuke herinneringen aan mijn diensttijd.

Ex-kieper, ex-barkeeper, Wick Haalmeijer (de schildpad), 75-3


WC humor

Op de reünie van 11 mei 2007 in Wezep begon onze nieuwe voorzitter met een paar huishoudelijke mededelingen. Hij zei dat wij op de PMK gasten waren en sommige gebruiken die wij vroeger als militair hadden achterwege moesten laten zoals het schrijven op muren van de wc. Dat deed mij weer denken aan die tijd. Op de muur van een wc stond het volgende:

God schiep mensen en dieren
Behalve officieren
Want deze creaturen
Schiep de duivel in zijn vrije uren

Het stond op de muur van een soldaten wc en aangezien officieren naar een andere wc gingen nam niemand er aanstoot aan. Er werden met wc's nog meer grappen uitgehaald. De Weeshuiskazerne in Naarden waar wij tijdelijk ondergebracht waren was een gebouw uit het jaar nul inclusief de wc's. De deuren waren aan de binnenkant voorzien van een haakje en oogje. Als de maten er lucht van kregen dat er iemand zijn behoefte ging doen werd hij ongezien en stil achtervolgd door een man of tien. Als men hoorde dat het toiletpapier werd afgescheurd werd de deur door de sterkste op het juiste moment opengerukt zodat het haakje brak en het slachtoffer voor joker stond en door de hele groep werd uitgelachen. Na verloop van tijd waren van alle wc's de haakjes kapot en toen was de lol eraf en moest er weer wat anders worden verzonnen.

Leen Commers, 54-3


Oliedom?

Als monteur bij de 107 maakte je nog wel eens wat mee. Wij waren eens onderweg van Wezep naar Havelte met vier Diamonds en een GMC toen bij wapenveld Christ Koevoets een hoop lawaai onder zijn Diamond hoorde. Christ reed voorop dus allen stoppen en ik onder de auto. Ik zag gelijk wat er loos was: een vast gelopen versnellingsbak. De rook kwam er af. Ik meen dat sergeant Van Boven (wat ik niet zeker weet) mij de opdracht gaf de auto met een andere terug naar Wezep te slepen. De rest ging door naar Havelte. Terug bij de garage meldde ik mij bij de garagecommandant, de stip zoals we hem noemden. Zijn naam weet ik niet meer wel dat hij niet zo groot was maar wel rond en rossig. Hij snauwde (wat hij nogal veel deed maar niet zo bedoelde): "Wat doen jullie hier?!" En ik vertelde hem wat er loos was. Er stond nog een Diamond die gesloopt moest worden met een goeie bak. Die moesten we er maar afhalen en onder Christ zijn auto monteren. Zo ging dat in 57-58, het waren de laatste Diamonds en nieuwe onderdelen waren er niet meer. Gelukkig moest de stip weg want toen we de bak van de auto sloopten bleek er geen druppel olie in de bak te zitten. De gevolgen zijn bekend. Geen olie in je versnellingsbak betekende een fikse douw voor de chaufeur of monteur want dit had in de garage gecontroleerd moeten worden. We hebben toen de olie uit goeie bak in de kapotte bak gedaan. Op dat moment komt de stip terug, hij bekijkt de beide bakken en zegt op zijn bekende vriendelijke toon: "Zet de boel maar in elkaar en maak als de gesmeerde bliksem dat jullie in Havelte komen!" 's Avonds om tien uur waren we weer in Havelte en zo ontkwamen we aan een douw.

Chr Bramsen, 57-1


Zo'n heerlijke wals uit de Jordaan

Tijdens de strenge winter van 1956 waren we gedetacheerd in Naarden-Vesting. Er kon niet gereden worden door de kiepers. Onze commandant, beroepssergeant Ruinaard, probeerde ons toch aan de gang te houden. Ruinaard was een kleurrijk figuur, een Indië- en Koreaveteraan, vandaar de bijnaam De Koreaan of Sergeant Korea, een echte ijzervreter. Hij regelde het liefst zijn zaakjes zelf, dus liever geen pottenkijkers. Aanvankelijk had een dienstplichtig luitenant de leiding maar de sergeant zorgde ervoor dat die z.s.m. een enkele reis Wezep kreeg en werd vervangen door een dienstplichtig sergeant die net van de kaderschool afkwam. Op een dag zei Ruinaard tegen mij: "Ik heb een leuk klusje, een platenwals halen in Amsterdam en afleveren bij een loodgietersbedrijf in Naarden. Ga maar met Wim van der Steen mee". Wim was een Diamondchauffeur. Een platenwals is een apparaat waar o.a. pijpen mee gemaakt kunnen worden. De loodgieter had hem tweedehands gekocht, had geen vervoer maar dat was door de sergeant geregeld. In Amsterdam ergens in de De Jordaan werd de wals opgeladen en vastgebonden met een nogal dun touwtje. De laadbak was een ijsbaan. We besloten binnendoor via Muiden terug te gaan want het winterse landschap was zo mooi en het was een leuke weg met veel bochten. Wim kroop achter het stuur en met de vlam in de pijp naar Naarden. In Naarden aangekomen was de wals verdwenen en het enige wat we zagen was een stukje touw. We zijn teruggereden en de wals lag in stukken en brokken in de berm, zogezegd uit de bocht gevlogen. De gietijzeren poten hadden de klap niet overleefd. We hebben hem toch afgeleverd en de loodgieter werd er niet vrolijk van. Voor de sergeant vonden wij het ook vervelend en hadden een uitbrander (grote bek) verwacht maar het was geen dienstopdracht geweest. Het enige wat hij zei was "Tsja".

Leen Commers 54-3


Niet denken maar doen

Tijdens mijn opleiding in Tilburg kwam het weleens voor dat ik op het matje moest komen bij onze peletonscommandant en als je dan per ongeluk zei ¨Ja maar ik dacht¨ dan werd er gelijk gezegd: ¨JULLIE MOETEN NIET DENKEN, DAT DOEN WIJ WEL VOOR JULLIE, JULLIE MOETEN ALLEEN MAAR DOEN¨. Nou, dat was niet tegen dovemansoren gezegd hoor, dat heb ik voor de rest van mijn diensttijd altijd bij me gedragen, en zeer zeker toen ik bij de Kiep was aanbeland. Ik kreeg eens de opdracht van een dienstplichtige sergeant om zijn fiets op een hoekje te zetten achter de peletonswerkplaats. Ik vroeg nog "Moet hij links of rechtsom staan sergeant?" Hij antwoordde: "Ja, kijk maar links om de hoek." Oké, ik vroeg mijn maatje mee, ging naar de grote werkplaats zaagde de fiets in twee stukken, heb in 2 stukken pijp mooie bochtjes gebogen en tussen het frame gelast en de fiets achter de peletons werkplaats gezet, heb me weer netjes afgemeld bij de sergeant en gezegd dat zijn fiets om een hoekje stond. Wat denk je heb ik twee weken straf gehad, moest ik mij iedere avond bij de wacht melden. Nou, dacht ik niets en deed ik alleen maar. Vreemd.

Hans Verboon, 75-1


Hagenees tussen de Brabo's en de Limbo's

Van feb.55 tot mrt. 56 als automonteur bij de Onderhoudsgroep. De compagniescommandant was toen kapitein Drenth. De kipauto's waren van het merk GMC en DIAMOND en van het Amerikaanse leger geweest. De compagnie bestond voor het grootste deel uit mensen met de zachte G. Als Hagenees kon ik de heren maar moeilijk verstaan, vooral de Limburgers, (Wie sjoan ós Limburg is)maar na enige tijd kon ik ze goed volgen, ook met bier drinken. We gingen vaak op detachement, o.a. naar Amsterdam, Oirschot en Naarden-Vesting in de Weeshuiskazerne. Daar zijn we de langste tijd geweest, zomer 1955 en een paar maanden in de strenge winter van 1956, veel geschaatst (in eigen tijd)op de vestinggrachten. In Naarden werd een industriewijk aangelegd en dat gebied werd opgehoogd door ons en het transportbedrijf Fokker uit Bussum. Het zand wat daar voor nodig was haalden we ergens in het Gooi. Op ieder detachement had beroepssergeant Ruinaard (De Koreaan) de leiding. Het was een ruwe vent maar geen kwaaie. Hij had een onderscheiding voor een moedige actie in Indië, dat staat in het boek: 250 jaar Genietroepen (1748-1998)op blz. 116. Bij de 107 Kiep heb ik een afwisselend leven leren kennen zodat ik na mijn diensttijd niet meer kon wennen tussen vier muren (smederij). Ik ben drie jaar buschauffeur geweest bij de HTM en daarna gasfitter bij het energiebedrijf.

Leen Commers, 54-3


Damslaper

Toen ik in juli 1970 bij de kiep kwam was de Dam in Amsterdam net schoongeveegd door de Mariniers. Ik vond dat een belachelijke daad want ik was er voor mijn diensttijd veel. Korporaal 1 Aad Korenblik vond dat schoonvegen een dappere daad. Wij kregen daar discussie over. Een half uur later kwam hij terug met een groot bord waarop 'Damslaper' stond. Op de plaat zette hij het bord tegen een wiel van een 616 en gaf mij het dienstbevel ertegenaan te gaan zitten en daar te blijven. Het was gelukkig een prachtig zonnige dag en hij heeft me uitstekend voorzien van koffie, kano's en frisdrank. Mijn eerste dag achter bij de garages was een uitermate rustige en ik ben heerlijk bruin geworden. Bedankt, Aad! Helaas maakte sgt. Bangma een eind aan mijn rust. Sld. Stuf

Henk Mutsaers, 70-3


Patat en halve kip voor Sgt. Van den Berg (Muskie)

Wezep, 1974 - Toen ik na Knap Op door CC Barnhoorn als barkeeper in de compagniesbar geplaatst was gebeurde het volgende: Peter Balverts en ik hadden van Barnhoorn een pasje gehad om doorlopend de poort in en uit te mogen. Dit met het voornaamste doel inkopen te kunnen doen zonder steeds een briefje van de CC te moeten vragen. Dat dit pasje erg makkelijk was hoef ik niemand te vertellen, denk ik. Op een avond besloten Peter en ik na het sluiten van de bar nog even te gaan stappen in Zwolle. Bij de poort aangekomen bleek dat Sgt. van den Berg (Muskie) de wachtcommandant was. Deze kwam al grijnzend uit het wachtlokaal en vroeg waar wij heen dachten te gaan. Wij lieten onze pasjes zien en vertelden hem dat hij daar niets mee te maken had, open het hek nou maar. Dat was Muskie dus even niet van plan. Na wat heen en weer gezeur was Muskie bereid het hek te openen maar dan moesten wij op de terugweg patat en halve kip voor hem meenemen. Wij beloofden plechtig dit voor hem te gaan doen en gingen op pad. Ik reed in die dagen in een knalgele Fiat 124, voorzien van een zelfgemaakte Abarth uitlaat. Het kreng maakte een vreselijke herrie. Dus op de terugweg (natuurlijk geen patat en kip gehaald) aan het begin van de laan naar de poort de motor afgezet en de auto uit laten rollen tot vlak aan het hek. Het geluk was met ons, Muskie lag te dommelen achter het buro, de soldaat aan het hek maakte dit stilletjes open en Peter en ik duwden de Fiat naar binnen tot pal voor het kantoortje waar Muskie lag te dromen van z'n kip en patat. Beiden ingestapt en de motor gestart (met alle herrie vandien), Muskie schrok wakker en kon ons nog net zien zwaaien voordat we uit het zicht verdwenen. Dikke pret natuurlijk. De volgende morgen kwamen we hem natuurlijk weer tegen, hij beloofde ons plechtig nog wel te zullen "pakken". Dit is hem natuurlijk nooit gelukt.

Louis Olivier, 74-1


Voertuigen afspuiten!

Oefening Knap Op 1974 - Na een week door het terrein gereden te hebben, vond CC Barnhoorn het hoog tijd worden om de kippers af te spuiten. Hij had hiervoor een lokatie toegewezen gekregen (een verlaten tankwerkplaats ergens in de bossen). Soldaat Spijkers en ik zei de gek moesten vrijdagmiddag met hem mee om de beste route daarheen te bepalen. We gingen dus op zaterdagochtend afspuiten en mochten dat weekeind dus niet naar huis (balen). Oké, wij op weg naar de spuitlokatie. Deze lag op een kleine 20 minuten rijden van de kazerne. Ergens halverwege herkende ik de weg naar een café waar we al eerder geweest waren. Op de spuitplaats aangekomen zag ik dat er maar 2 plekken waren, dus het beloofde een lange ochtend te worden. De volgende morgen vertrokken we in optocht naar de spuitplaats, ikzelf als zesde auto in de rij. Intussen had ik bedacht dat het wel handig was om eerst even koffie te gaan drinken in het eerdergenoemde café, want we moesten daar toch op elkaar wachten. Gewoon even stilletjes ertussenuitknijpen en een uurtje later daar arriveren. Maar wat gebeurt er?! Op de splitsing (naar café of spuitplaats) sla ik af richting café, kijk in de spiegel en zie tot mijn afgrijzen dat de rest gewoon achter mij aankomt. Met armen zwaaien had geen zin, ze bleven me hardnekkig volgen. CC Barnhoorn zat met Spijkers in de eerste wagen en had ook al gezien dat er iets misging. Maar goed, ik kon daar niet keren en besloot gewoon door te rijden naar het café met nog 10 616's in mijn kielzog. Daar aangekomen half op het grasveld geparkeerd en uitgestapt. De aanwezige kaderleden sprongen uit de voertuigen en vroegen wat we hier moesten doen, waarop ik antwoordde: "Wat jullie hier moeten weet ik ook niet, de OUWE gaat alleen even een pakje shag halen." (Ik moest toch wat zeggen!!) Na dus naar binnen te zijn geweest (en SMI Meiboom en Sgt Muskee daar ook verbaasd aangetroffen te hebben) weer ingestapt, gedraaid over het grasveld en weggereden naar de spuitplaats. Helaas deden de anderen dat ook, dus van het gras bleef niet veel over. Op de spuitplaats aangekomen (waar Barnhoorn zich natuurlijk al flink kwaad had lopen maken) meteen uit de wagen gesprongen om de aanstormende Barnhoorn te ontlopen. Deze reageerde zich dus eerst even af op de inmiddels uitgestapte kaderleden, toen de ergste storm achter de rug was kreeg ik van onder uit de zak. Dit resulteerde de volgende dag in een ouderwets rapport CC. Het bleek dat de cafehouder inmiddels ook zijn beklag over z'n grasveld ingediend had. Barnhoorn ging behoorlijk uit z'n dak en zou me de resterende tijd in Duitsland 'goed in de gaten' houden en eenmaal terug in Wezep een passende straf bedenken. Eenmaal terug in Wezep heb ik er nooit meer over gehoord. Ik werd van de auto afgehaald en ging samen met Peter Balverts de Bar draaien. Hier kon ik geen schade meer aanrichten, moet Barnhoorn gedacht hebben.

Louis Olivier, 74-1


Astmatisch, geen voortanden en laveloos…..

Het moet ergens eind 1974 zijn geweest. De nieuwe lichting voor het C-peloton bestond uit één big. Dapper trad hij de eerste avond aan in de compagniesbar om al snel de ontgroeningsdrank in één teug te moeten ledigen: de NATO-cocktail. Van alle drankjes die meer dan 30% alcohol bevatten ging een klein scheutje in een longdrinkglas. Hij deed wat hem was gevraagd en ging na enkele minuten daadwerkelijk van zijn kruk af. Na enige tijd misten we hem maar vonden hem boven op de toiletten. Hij lag (inmiddels laveloos) op zijn knieën voor de pot met één arm diep in het spoelgat. En was met geen tank daarvan weg te halen. Wat bleek? Hij had twee plaatjes als (boven)voortanden en was die bij het kotsen in de pot verloren. Hij wou dus graag zijn tanden terughebben. Maar wij wilden naar bed en hij nog lang niet. Daarom maar de brandslang op hem leeggespoten. Dat was geen goed idee. De man bleek astmatisch en raakte door het koude water achter adem. Gelukkig had-ie wel wat etxra ruimte in zijn gebit om lucht te happen. Uiteindelijk hebben we hem op bed gekregen, maar daar begon-ie liggend te kotsen en dat kan gevaarlijk zijn. Dus hem aan bed vastgebonden rechtop tegen de muur gezet en een emmer om zijn hals gehangen. Ook geen goed idee: de kostgeluiden klonken nu 10x zo hard. Tenslotte hebben we hem toch aan het slapen gekregen en kon de hele zaal gaan meuren.

Hans Iserief, 75-1


Hebben we niet meer, hebben we nooit gehad, krijgen we niet meer, wordt niet meer gemaakt!

Hallo, in juli 1970 kwam ik bij de 107 KauCie. Ik heb net het verhaal van Jan Verwer (zie onder) gelezen en kan wel wat opheldering over namen van sommige mensen verschaffen. Sgt 1 Bangma deed de auto-onderdelen. Sgt 1 Bomhoff deed de Benzine Olie Smeermiddelen. Sgt Oorebeek was de fourier en korporaal Fred van de Berg runde de compagniesbar. Ik heb bij allemaal als ondergeschikte gewerkt en heb het drukken tot een grote kunst verheven. Als er gewerkt moest worden was de soldaat Stuf in geen velden of wegen meer te bekennen. Bij de auto-onderdelen werkte ik samen met korporaal van de Ven en korporaal Alders. Aan 'het loket' hadden we een vast ritueel. Wanneer een chauffeur een onderdeel wilde hebben begon hij vaak meteen met "Heb je dit of dat voor me". Maar zo ging dat niet bij ons. Dat ging zo:
Chauffeur: "Goedemorgen korporaal Alders. Goede morgen soldaat Stuf."
Wij: "Goedemorgen chauffeur. Wat kunnen we voor je doen?"
Chauffeur: "Heb je misschien smeernippels voor een 616 voor me?"
Hierop bestond een standaard procedure.
Eerst ging de soldaat Stuf het magazijn in en bleef daar een kwartier weg.
Dan kwam het antwoord:
"Hebben we niet meer, hebben we nooit gehad, krijgen we niet meer, wordt niet meer gemaakt."
Einde onderhandelingen. Werd er dan toch door gezeken dan hadden we onder het luik een grote pot Blenco staan. Die hebben we één keer moeten gebruiken.....
Soldaat Stuf

Henk Mutsaers, 70-3


Marsorders

We hadden - ik denk in 1968 - een detachement in Hohne, samen met een paar mensen van de 102MU. Ome Bertus ging ook mee. Hij was een heel bijzondere vent die het prachtig vond om ons in onze vrije tijd de geneugten van deze wereld te laten zien maar vooral te laten proeven. We hadden in een paar dagen alle kroegen in Hohne (het waren er maar 3 of 4) van binnen en gelukkig ook van buiten kunnen bewonderen. De meeste pijn kwam bij het wakker worden zover dit op een fatsoenlijke manier mogelijk was. 's Zaterdags was de dag dat we terug naar Nederland moesten. We zaten in de Duitse kantine samen met ome Bertus wat te drinken toen iemand van de marechaussee de marsorders kwam brengen. Volgens die orders mochten we 's morgens om 10.00 uur vertrekken. "Dat is prima voor je, jong" zei ome Bertus. "Vertrek jij maar 10.00 uur dan kom je maar achter ons aan want wij vertrekken om 08.00 uur". Zo gezegd zo gedaan, maar wat wij niet wisten was dat er die zaterdag een oefening van het eerste legerkorps begonnen was en waar wij met onze colonne midden doorheen fietsten. Dat dit ons niet in dank afgenomen werd moge duidelijk zijn, maar we zijn toch veilig in Wezep aangekomen. Alleen voor ome Bertus had dit tot gevolg dat hij overgeplaatst werd naar Den Helder, wat we met zijn allen als bijzonder onprettig vonden. Ome Bertus was voor mij een heel aparte persoonlijkheid, die mij altijd bijgebleven is.

Jo Smeets, KVV-er, 65-5


Voeteninspectie

Het dagelijks leven in 1955/56 op de PMK was niet opwindend maar ook niet vervelend. Er was altijd wel wat te sleutelen aan het wagenpark. Iedere avond naar de film, en dat was het dan wel. Maar het was leuker als er iets anders te beleven viel. Iedere twee maanden kwamen er een aantal nieuwen van de opleiding en die waren nog dicipline gewend. Bij de 107 was dat niet meer zo fanatiek maar dat wisten zij niet. Wij besloten een voeteninspectie te gaan houden. Een maat van ons was werkzaam bij de fourier en hij regelde een jack met sergeantstrepen en een paar vaandrigstippen. Het jack was mij te groot dus werd ik vaandrig en een forser persoon werd sergeant. Onze echte rang was soldaat dus dat werd toneelspelen. Toen wij 's avonds hun kamer opkwamen lagen de meesten al op bed en degenen die nog op waren sprongen in de houding. Ik vroeg er aan één zijn naam en die zei: "Soldaat Pruim, vaandrig". Het was moeilijk om niet in lachen uit te barsten maar wij hielden ons in. Een flink aantal hebben we naar het waslokaal gestuurd om hun voeten te wassen die eigenlijk niet vuil waren maar ze durfden niet te protesteren. De andere dag hoorden zij dat het een grap was geweest en daar lachten zij om als de bekende boer. De echte leidingevenden hadden zich afzijdig gehouden en wisten er later (zogenaamd) niks van.

Leen Commers, 54-3


Goudvissen

Toen we in maart 1970 uit Tunesië terug kwamen gaf ik aan liever niet meer op een 616 te willen rijden. Ik had het eigenlijk wel gehad. Steeds maar weer eventjes op detachement en daar rijden in de blubber en dan weken op de plaat, je auto schoonmaken en smeernippeltjes rood verven. Vond ik niet leuk. Ik kreeg de kans om op de BEVO te komen werken. Was een leuke en leerzame tijd. Er zat daar een sergeant-majoor die door ziekte was uitgeschakeld en ik mocht samen met een sergeant (ik ben zijn naam kwijt) de BEVO zaken afhandelen. Als er een oefening gepland stond moest ik grote tenten voor de compagnieleiding bestellen. Uiteraard deed ik dat ook voor mijzelf, zodat ik in een grote tent en op een veldbed de nachten kon doorbrengen i.p.v. in een puptent. En overdag kon ik riant achter een bureau benzinebonnetjes uit schrijven. "Wie appelen vaart wie appelen eet", zegt het spreekwoord, toch? Ik was Technisch Specialist van de lichting 66-6 en bijna aan het einde van mijn diensttijd (ik moest nog zo'n 6 á 7 maanden van de in totaal 5 jaren) kwam er weer een andere beroeps die de BEVO ging bemannen. Voor mij was er toen eigenlijk geen nuttig werk meer te doen. Ik deed toen allerlei klusjes want ik had immers ook geen kipauto meer! Eén van deze klusjes was het verzorgen van aquariums. In die tijd stond er op elke kamer, bij de SMI, de SMA, in de cie-bar, de sergeant van de week en bij kapitein But een aquarium. Ik kreeg de eer deze te mogen verzorgen. Dus regelmatig ging ik met een jeep naar Zwolle om visjes of planten, etc. te kopen. Was wel lachen natuurlijk. Vrijheid, blijheid! Ik was in de weekenden ook barkeeper in een discotheek in Noordwijk aan Zee. Diskjockey was toen Henny Huisman, ja de echte! Omdat ik veel klusjes deed voor kapitein But kregen wij zo'n goede band met elkaar dat hij een weekend met mij mee ging naar Noordwijk. Was geweldig dat je compagnies commandant met je mee ging en bij je aan de bar een pilsje dronk, toch? Hij heeft zich in elk geval prima vermaakt! Ik vond het over het algemeen een leuke tijd bij de 107 kipauto compagnie. Er waren wel eens moeilijke momenten maar dat heb je bij elke baas, nietwaar? Ik ben geen chauffeur geworden. Na mijn diensttijd ben ik gaan werken in de logistiek en gelijktijdig gaan studeren. Ik werk al weer zo'n 35 jaar bij een groot concern en bekleedde diverse functies maar allemaal in de logistiek! Ik ben een trouw bezoeker van de reünies van de Genie Constructie Compagnie, je weet wel de compagnie die 3 maanden in Tunesië gewerkt heeft en ik hoop ook bij de reünies van de 107 kipauto compagnie te verschijnen. Wellicht tot ziens op een van de reünies…

Jan Verwer, 66-6


Camouflage-oefening

In februari 1955 kwam ik bij de onderhoudsgroep als monteur wielvoertuigen. Dat betekent in normaal Nederlands automonteur. Vrijwel direct ging de compagnie voor een camouflage-oefening naar Lutjegast in Groningen. Dit dorp was uitgekozen omdat de compagniescommandant kapitein Drenth er familiebanden had of er zelf vandaan kwam. Het vroor en er lag ook een pak sneeuw. De voertuigen werden geparkeerd onder de bladloze bomen, langs huizen en boerderijen zodat ze vanuit het luchtruim onzichtbaar waren, dat was de bedoeling. Op een dag verscheen er een vliegtuig dat foto's maakte. Wij moesten in tentjes bivakkeren maar omdat het nogal koud was en de gastvrije bevolking medelijden met ons had mochten we bij hun binnen slapen, meestal in een echt bed. Het dorp beschouwde het als een (vreedzame) invasie. De kinderen kregen extra vrij van school. De plaatselijke kroeg werd gerund door een echtpaar waarvan de man doordeweeks ander werk deed bij een werkgever. Hij had vanwege te verwachte klandizie drie dagen vrij genomen bij zijn baas en een flinke hoeveelheid bier ingeslagen, de meesten van de 107 inclusief het kader kwamen tenslotte uit Brabant en Limburg. Het werden een paar leuke dagen want wij moesten onzichtbaar blijven voor de luchtfotograaf. Later hebben wij de foto's gezien waarop in de sneeuw de bandensporen en de kipauto's duidelijk zichtbaar waren. Militairen waren niet te zien. Kapitein Drenth vond de oefening toch geslaagd en was zeer tevreden.

Leen Commers, 54-3


Puin voor bier

In het overzicht van de geschiedenis van de 107 KauCie lees je onder het jaar 1965 dat de compagnie puin heeft geruimd in Horst (bij Harderwijk). Daar heb ik nog wel een anecdote over. Het puin verpatsten we aan een campinghouder. Dat betekende 's avonds vrij drinken en dat lukte ons vrij aardig. Maar door al dat drinken was men vergeten ons van eten te voorzien, dus wij gingen die avond met de 616 naar Ermelo met nodige pilsjes op. Er waren erbij die moesten overgeven. Ik weet niet of dat kwam van de honger of van de drank. Plotseling moesten we stoppen voor een controle van de MP. Ik moest uitstappen maar ik had alleen een onderbroek en helm aan en op dus ik zei "Uitstappen? Dat kan niet. Dan word ik ziek!" Maar er was geen ontkomen aan. Er werd rapport opgemaakt, ook over het feit dat men was vergeten ons eten te brengen. Drank hadden we genoeg. Afijn, wij eten gehaald en teruggereden naar Horst. Een week later moest ik op rapport komen bij compagnies commandant Dröge. Hij gaf mij 3 dagen licht, maar de sergeant die was vergeten ons eten te geven kon rekenen op 1 week streng. Dröge kon er wel om lachen. Ik heb altijd goed met hem kunnen opschieten. Zijn er nog jongens (mannen) die zich dit nog kunnen herinneren?

Theo Hillebrand, 64-3

Aanvulling van H vd Gragt, een genist (64-2) die veel met de 107 kaucie op detachement geweest is als machinist kraan/bulldozer: "Door dat vele biergebruik in Horst mocht er daar niet meer geslapen mocht worden bij een boer die daarvoor een schuur beschikbaar had gesteld. Daardoor moesten wij iedere dag van Wezep naar Horst en terug. Ik heb ook samen met de 107 gewerkt aan het opschonen van een tankbaan in Soesterberg. Daar waren wij ondergebracht in de Dumoulinkazerne. Ik weet nog dat het daar erg koud was, want het was toen hartje winter.


Koffie "verkeerd"

Op een zaterdagavond ging ik met een paar maten stappen in Zwolle. We hadden veel dorst dus het werd een vrolijke avond. De laatste trein naar Wezep ging om elf uur en deed er maar zeven minuten over. We moesten om twaalf uur binnen zijn dus was er nog tijd voor een afzakkertje bij Trijntje. Dat was een café vlak bij het station(netje) van Wezep en de eigenares heette Trijntje. We kwamen binnen en bestelden natuurlijk bier. Zij keek mij onderzoekend aan en zei: ''Jij krijgt zwarte koffie''. Dat was een verkeerde beslissing. Na de eerste slok werd ik kotsmisselijk en kon maar net de uitgang halen waarna ik - eenmaal buiten - moest overgeven. Ik liep gelijk door richting de PMK. Toen ik een eindje had gelopen merkte ik dat ik iets kwijt was: mijn bovenkunstgebit. Ik was direct nuchter en rende terug naar Trijntje. Toen ik binnen kwam zei iemand: ''Zo, ben je het kwijt? ''Ja, en mijn gebit ook'', riep ik. De maten gingen mee naar buiten en er werd bijgelicht met aanstekers. Uiteindelijk vonden we het gebit. Een maat pakte met z'n blote hand mijn gebit uit de smurrie, liep naar binnen en spoelde het af en gaf het aan mij. ''En nou niet zo veel koffie meer drinken hoor !'' zei hij nog.

Leen Commers, 54-3